keyboard_arrow_up
  • We maken kennis met u en lichten onze werkwijze toe
  • We bespreken uw persoonlijke situatie en wensen
  • We geven een indicatie van de doorlooptijd en de kosten

Wet Herziening Partneralimentatie: Onderhoudsplicht in een nieuwe jas

“Moet ik haar dan gaan onderhouden?”, “Ik wil haar niets betalen.”, “Waarom moet ik betalen, ze gaat maar werken!”. Dit zijn uitspraken die regelmatig de revue passeren in diverse echtscheidingsprocessen. 

Deze uitspraken gaan over het betalen van partneralimentatie, waar veel (ex-)partners het niet mee eens zijn, omdat het voornamelijk als oneerlijk wordt ervaren. 

Onvrede over het stelsel van partneralimentatie

Wet Herziening Partneralimentatie het is een beladen onderwerp voor veel mensen. In de samenleving heerst er veel onvrede over het stelsel van partneralimentatie. 37% Van de huwelijken in Nederland eindigt in een echtscheiding . Als scheidingen rondom samenwoners worden meegeteld zal dit percentage richting de 50% gaan.

Al sinds 2011 zijn er diverse politieke partijen die zich bezig houden met het stelsel van partneralimentatie, bijvoorbeeld “alimentatie op maat”. Op 19 juni 2015 was het dan eindelijk zo ver en is er door drie leden van de Tweede Kamer,  de heer Foort van Oosten (VVD), de heer Jeroen Recourt (PvdA) en mevrouw Magda Berndsen-Jansen (D66), een wetsvoorstel naar de Raad van State gestuurd. In dit wetsvoorstel zijn wijzigingen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en enige andere wetten opgenomen die in verband staan met de herziening van het stelsel van partneralimentatie .

De initiatiefnemers zijn van mening dat het huidige stelsel van partneralimentatie verouderd is en aan herziening toe is. Met name de grondslag, de onderhoudsplicht (behoefte) van het stelsel van partneralimentatie gaat op de schop.

De grondslag van het stelsel van partneralimentatie

Het Burgerlijk Wetboek van 1838 was gebaseerd op de Franse Code Civil en stamt uit de tijd van de Verlichting. In dit oude Burgerlijk Wetboek waren er slechts vier gronden waarop men een echtscheiding kon aanvragen bij de rechter. Deze vier gronden waren: overspel, kwaadwillige verlating van tenminste 5 jaar, veroordeling wegens een misdrijf of lange gevangenisstraf en zware mishandeling van de echtgeno(o)t(e). Alleen de onschuldige echtgenoot kon de echtscheiding vorderen en er moest een langdurige scheiding van tafel en bed plaatsvinden, voordat er kon worden overgegaan tot ontbinding van het huwelijk.

De partneralimentatie werd opgelegd aan de onschuldige echtgenoot indien deze onvoldoende inkomsten had tot levensonderhoud. De echtgenoot die schuldig was aan de echtscheiding had een alimentatieplicht.

Duurzame ontwrichting

Sedert de jaren zeventig is duurzame ontwrichting de enige grondslag om een huwelijk te beëindigen. De schuldvraag ging juridisch naar de achtergrond. Bij deze wetswijziging werd tevens vastgelegd dat er door het huwelijk een levenslange onderhoudsplicht ontstaat. De plicht stopt niet door ontbinding van het huwelijk. Inmiddels weten we dat de duur van de onderhoudsplicht is beperkt tot maximaal 12 jaar.

De alimentatiegerechtigde partij was vaak de vrouw. Het traditionele rollenpatroon liet zien dat vrouwen moeite hebben om in eigen levensonderhoud te voorzien. De ontwikkeling van de emancipatie draagt bij aan de verandering in de zorgtaken na echtscheiding, maar uiteraard ook dat vaak bij beide ex-partners een eigen arbeidsinkomen is.

De initiatiefnemers zijn van mening dat er gekeken gaat worden naar de inkomensonafhankelijkheid van de ex-partners na echtscheiding. Er zal worden uitgegaan van de mate waarin de alimentatiegerechtigde zelf in het levensonderhoud kan voorzien.

Keuzes die tijdens het huwelijk zijn gemaakt

De kansen op de arbeidsmarkt en vooral ook het genoten opleidingsniveau gaan een grote rol spelen bij de bepaling van de financiële situatie na echtscheiding. De voorgestelde grondslag voor partneralimentatie is de compensatie van het verlies aan verdiencapaciteit die tijdens het huwelijk is ontstaan en dus niet meer de onderhoudsplicht zoals deze is opgenomen in de Wet en de TREMA-norm.

Door bepaalde keuzes die tijdens het huwelijk gemaakt zijn, kan er achterstand op de arbeidsmarkt zijn ontstaan, met als gevolg het verlies aan verdiencapaciteit. Het uitgangspunt hierbij is dat een ieder kan terugkeren op de arbeidsmarkt, zodat er weer in het eigen levensonderhoud kan worden voorzien.

De factoren die hierbij een rol spelen zijn o.a.:

  • de zorg voor minderjarige kinderen;
  • leeftijd;
  • gezondheidstoestand,;
  • werkervaring;
  • de situatie op de arbeidsmarkt.

Verdiencapaciteit

De verdiencapaciteit is afhankelijk van deze factoren, maar is ook afhankelijk van het opleidingsniveau dat de alimentatiegerechtigde heeft. In de huidige methodiek van de bepaling van partneralimentatie wordt uitgegaan dat het huwelijk het recht geeft om na het huwelijk hetzelfde welstandsniveau te behouden als tijdens het huwelijk. Dit wordt door de initiatiefnemers niet meer redelijk geacht.

In het wetsvoorstel is daarom opgenomen dat er in de nieuwe methodiek gekeken gaat worden naar de voor het huwelijk bestaande inkomensverschillen. Hierbij wordt uitgegaan dat het huwelijk niet de overdracht van inkomen na het huwelijk rechtvaardigt. Door bovenstaande redenen willen de initiatiefnemers een versimpeling van de huidige berekeningsmethode bereiken.

Berekeningswijze partneralimentatie na invoering Wet herziening partneralimentatie

De stappen om te komen tot de te betalen partneralimentatie zijn:

  1. Van beide echtgenoten wordt het alimentatie-inkomen na scheiding bepaald (artikel BW 1:400a);
  2. Op basis van dit inkomen wordt forfaitair de draagkracht van beiden bepaald;
  3. Op de beschikbare draagkracht komen de door ieder voor een kind op grond van artikel BW 1:404 en BW 1:395a te dragen kosten van zorg en opvoeding en levensonderhoud en studie en bijkomende kosten van studie in mindering;
  4. Van de resterende draagkracht behoudt ieder 40% (eigen luxe);
  5. De partneralimentatie bedraagt de helft van het verschil van de draagkracht die na de voorgaande stappen resteert.

De nieuwe berekeningssystematiek

De nieuwe berekeningssystematiek wordt opgenomen in een algemene maatregel van bestuur (AMvB). In de AMvB zal jaarlijks een rekenvoorbeeld als bijlage, aangepast aan de indexatie en wijzigingen voor onder andere de inkomstenbelasting, worden toegevoegd.

Het inkomen bij aangaan van het huwelijk wordt bepaald aan de hand van het gevolgde opleidingsniveau, zoals aangeven in onderstaande tabel en is gebaseerd op een 40 uur per week. Deze verdiencapaciteit is de basis om het verlies aan verdiencapaciteit, door de omstandigheden en keuzes gemaakt tijdens het huwelijk, te bepalen. De bovenstaande berekening bepaalt vervolgens de draagkracht om na scheiding partneralimentatie te kunnen bepalen.

De maximale partneralimentatie bedraagt € 49.500 bruto per jaar.

Opleidingsniveau ten tijde van het aangaan van het huwelijk Verdiencapaciteit per maand
HBO/WO of een vergelijkbare in Nederland erkende opleiding afgerond, na afronding opleiding en voorafgaand aan het huwelijk minimaal 5 jaar aaneengesloten arbeid verricht € 3.550,00
HBO/WO of een vergelijkbare in Nederland erkende opleiding afgerond, na afronding opleiding en voorafgaand aan het huwelijk geen 5 jaar aaneengesloten arbeid verricht € 2.900,00
MBO of een vergelijkbare in Nederland erkende opleiding afgerond, na afronding opleiding en voorafgaand aan het huwelijk minimaal 5 jaar aaneengesloten arbeid verricht € 2.100,00
MBO of een vergelijkbare in Nederland erkende opleiding afgerond, na afronding opleiding en voorafgaand aan het huwelijk geen 5 jaar aaneengesloten arbeid verricht of geen MBO/HBO/WO of een vergelijkbare in Nederland erkende opleiding afgerond € 1.300,00

 

De initiatiefnemers nemen als uitgangspunt om de duur van partneralimentatie op vijf jaar te stellen, in plaats van de huidige termijn 12 jaar. Er is gekozen voor een duur van vijf jaar, omdat er geacht wordt dat de alimentatiegerechtigde in staat is om binnen deze tijd terug te keren op de arbeidsmarkt.

De initiatiefnemers komen tot het volgende schema, voor wat betreft de duur van partneralimentatie:

Geen kinderen jonger dan 12 jaar

  • Duur huwelijk ≤ 3 jaar: geen recht op partneralimentatie
  • Duur huwelijk > 3 jaar: de helft van het huwelijk met een maximum van 5 jaar.

Kinderen jonger dan 12 jaar

  • Partneralimentatie voor de helft van het huwelijk met een maximum van 5 jaar, maar in ieder geval totdat het jongste kind 12 jaar is.
  • Huwelijken langer dan 15 jaar en alimentatiegerechtigde ten hoogste 10 jaar jonger dan AOW-leeftijd: 5 jaar, maar in ieder geval minimaal tot de alimentatiegerechtigde de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.

In alle gevallen eindigt de alimentatieplicht indien de alimentatieplichtige de AOW gerechtigde leeftijd bereikt

Door de grondslagwijziging -geen onderhoudsplicht- in de Wet herziening Partneralimentatie, vervalt het recht op alimentatie niet, wanneer de alimentatiegerechtigde een nieuwe partner heeft. Dit komt doordat de grondslag niet langer voorziet op de voorziening in levensonderhoud, maar op het verlies aan verdiencapaciteit. De partneralimentatie is ook niet meer geïndexeerd.

Overgangsrecht

Met de invoering van de wet komt er ook een overgangsrecht. Is de scheiding ingezet voor de ingangsdatum van de nieuwe wet, dan blijft het huidige systeem van toepassing. Uiteraard mogen partners besluiten om het nieuwe systeem te volgen.

Reikwijdte

Dit wetsvoorstel is van toepassing voor degene die een huwelijk beëindigen. Er is nog steeds een groep samenlevers die niet onder deze Wetgeving vallen. De vraag rijst dan ook meteen: “Hoe komt het dat de initiatiefnemers deze regeling niet voor alle samenlevingsvormen van toepassing heeft laten zijn?”

Gevolgen voor de praktijk

Dit Wetsvoorstel heeft praktisch nog al wat effecten:

  • De TREMA-norm verdwijnt grotendeels.
  • De verdiencapaciteit is leidend. Hoe werkt het nu voor arbeidsongeschikten?
  • De combinatie met een bijstandsuitkering is niet helder.
  • Hoe is het met het verhaalsrecht van de SVB?
  • Hoe gaat dit uitwerken voor het verkrijgen van hypotheken?

Wetsvoorstel Beperking Gemeenschap van Goederen

Op dit moment wordt ook het Wetsvoorstel Beperking Gemeenschap van Goederen naar de eerste en tweede kamer gebracht. In deze Wet wordt geregeld dat vooraf aan het huwelijk de partneralimentatie mag worden uitgesloten. De bepaling van de partneralimentatie lijkt simpeler te worden, maar of dit systeem bijdraagt aan minder vechtscheidingen? De praktijk zal dit moeten leren.

Maatwerk blijft te allen tijde de beste oplossing om een scheiding

Maatwerk blijft te allen tijde de beste oplossing om een scheiding met financieel draagvlak af te sluiten zonder open eindjes. De rol van een scheidingsspecialist of mediator met financiële kennis wordt wederom groter. De rol van de advocaat kleiner.

Vrijblijvend een afspraak maken

Na het versturen nemen we snel contact met u op om de afspraak definitief in te plannen.

Waarom een afspraak maken?

  1. We maken kennis met u en lichten onze werkwijze toe
  2. We bespreken uw persoonlijke situatie en wensen
  3. We geven een indicatie van de doorlooptijd en de kosten

Onze mediators worden gemiddeld beoordeeld met een

9.2

Score op basis van 211 beoordelingen.